|
Een fietstocht van 125 kilometer is niet echt spectaculair. Maar behalve dan de afstand, waren alle andere facetten van deze tocht toch wel bijzonder en ik was heel erg opgetogen dat ik deze tocht kon maken. Als eerste had je het landschap: Pure woestijn. Zo woest en ledig als een woestijn maar kan zijn, kompleet met zandduinen, bijna geen vegetatie met daardoor één lange zwarte asfaltweg. Ook was er helemaal geen nederzetting op het traject van 125 kilometer. Een echte uitdaging. Als tweede bijzonderheid was er het hoogteverschil: 1500 meter, in mijn voordeel. Het speelt zich af in Namibië in zuidelijk Afrika, een vroegere Duitse kolonie, daarom klinken veel plaatsnamen Duits, hoewel de voertaal nu Afrikaans is. Later werd het een protectoraat van Zuid Afrika en nu (we schrijven 1998) is het een onafhankelijke staat.
| |
| kaart van de omgeving
klik op het plaatje om de kaart te bekijken
| |
|
Ik koos er een zondagmiddag voor uit om het te doen en ik vond een sympathieke collega die me wel even met de fiets in de auto naar Aus wilde brengen, het plaatsje 125 kilometer verderop. In de ochtend werkte ik even flink hard door, om een vrije middag te creëren. Mijn werk in Lüderitz vereist zeven dagen in de week aandacht. Maar omdat Aus 1500 meter hoger ligt dan Lüderitz, dat aan de kust ligt, dacht ik het klusje binnen vier uur te kunnen klaren en voor donker weer thuis te zijn.
We vertrokken rond de middag richting oost, de woestijn in. De zon brandde op het asfalt en de lucht trilde aan de horizon. Toch was het niet vreselijk heet. Het klimaat in deze streek is betrekkelijk koel het hele jaar door, vanwege een koude golfstroom die langs de kust voert. En meer landinwaarts ligt het land op zo'n grote hoogte, dat de laagste temperatuur in een normale winter wel tot -9°C kan dalen. Ik had voor de zekerheid maar wat extra kleren meegenomen want ik was nog nooit in Aus geweest en ik wist niet wat ik kon verwachten. We passeerde het spookstadje Kolmanskop. De verlaten huizen en ruines stonden nog dapper rechtop op een heuvel, afstekend tegen de diepblauwe lucht, maar het het zand had de straten vervaagd en de natuur leek vastbesloten deze erfenis van vroege diamantzoekers te heroveren. Even verderop zag ik dat zich zandduintjes hadden gevormd op de weg, als gevolg van een sterke wind gisteren. Dat zou wel eens vervelend kunnen zijn als ik hier straks op de fiets langs kom, maar gelukkig was het maar over een kort stukje van de route.
| |
| een langsprofiel van de route
klik op het plaatje om de grafiek te bekijken
| |
|
We klommen in de auto geleidelijk steeds wat hoger en ik genoot van de natuur, maar onderwijl hield ik mijn Cateye CT50 fietscomputer/hoogtemeter in de gaten en maakte doorlopend aantekeningen van afstand en hoogte. Want ik wilde die getallen verzamelen om een idee te krijgen wat ik op de terugweg kon verwachten. Ook wilde ik de resultaten in een grafiek stoppen, zie onder. Ik vond dat er een flinke hoogvlakte was tussen 50 en 100 kilometer van Lüderitz, een heel klein beetje omhoog hellend richting Aus. De laatste 16 kilometer naar Aus gingen weer flink bergop, 600 meter maar liefst en dat was bijna de helft van de totale stijging. Dus, het zou beslist geen geleidelijke afdaling worden!
We stopten langs de weg om wilde paarden en orixen te zien en vroegen ons af hoe die beesten hier zich in leven konden houden. Er was nu weliswaar iets meer begroeiing met af en toe een boompje en wat lage struiken, maar toch! Toen kwamen we in Aus aan en reden direkt naar het plaatselijke hotel om wat te drinken. We vroegen ons weer af, ditmaal betreffende de mensen die hier wonen: hoe bestaat het dat ze hier leven en wat doen ze voor de kost? Er was niet veel tijd om daar achter te komen, want ik wilde op weg! Het was al twee uur en die grote hoogvlakte zat me toch niet helemaal lekker.
| |
| het verlaten diamantgraversplaatsje Kolmanskop
klik op het plaatje om de foto te bekijken
| |
|
Eenmaal gestart op de fiets, gingen de eerste 20 kilometer fantastisch. Met een lekker gangetje van 40 km/h en makkelijk fietsend kon ik genieten van het uitzicht op de bergen en de gele vlakte voor mij. Ik bereikte de hoogvlakte. De weg helde nog heel licht naar beneden over de volgende 20 kilometer, niet merkbaar of zichtbaar, maar feilloos gemeten door de altimeter. Er was weinig wind en er was een aangename temperatuur. Ik genoot enorm van m'n tochtje en speurde naar wild, keek naar de rotsen en de bergen aan de horizon en had er nog steeds het volste vertrouwen in dat ik voor donker terug in Lüderitz zou zijn. Ik hield tijd, snelheid en afstand scherp in de gaten kon een snelheid van ongeveer 28 km/h handhaven. Maar zo zou het niet blijven.
De wind ging harder waaien en het was een tegenwind. Al spoedig zakte mijn snelheid naar een magere 20 km/h. Ik had nu wel door dat het geen makkie zou worden, ik zou er voor moeten vechten! Ik boog me wat dieper over het stuur en probeerde een regelmatige, maar forse pedaalslag te handhaven. Ik vertrouwde er op dat het effekt van mijn dagelijkse oefentochtjes in de vroege ochtend me wel op de been zouden houden. De fietscomputer hield ik nu meer in de gaten dan de natuur om mij heen. De bordjes langs de weg die iedere 10 kilometer de afstand naar Lüderitz aangaven, werden hele belangrijke mijlpalen voor me. Als ik er weer eentje voorbij kwam, was het alsof ik weer een finish-lijn passeerde. Deze strijd had ik niet verwacht. Noem het maar naïef optimisme, want de wind en het verrassende karakter er van zijn zo berucht in dit land, dat zelfs de hoofdstad Windhoek er naar is vernoemd.
| |
| kleine zandduintjes hadden zich op de weg gevormd
klik op het plaatje om de foto te bekijken
| |
|
Op 50 kilometer van Lüderitz ging de weg ietsje omhoog. Daarentegen zakte de wind en daarom kon ik mijn snelheid van 20 km/h handhaven. Ook wist ik van mijn aantekeningen dat deze hoogvlakte gauw afgelopen zou zijn en dat de rest van het traject heuvelachtig is, met per saldo meer dalen dan klimmen. Maar toch zou ik Lüderitz niet voor donker bereiken. Ik klom over de laatste heuvel aan de rand van de hoogvlakte en stopte om om me heen te kijken. Achter me was een lange zwarte rechte lijn naar de horizon en ik was blij terug te kunnen kijken op het taaiste gedeelte van de tocht. De schaduwen werden langer en de lucht boven de horizon kleurde rood; ik kon met geen mogelijkheid de zon tegenhouden die bezig was achter de bergen weg te zinken. Ik ging door. Nu was het niet de wind, maar de duisternis die voor problemen zorgde. Ik had een licht meegenomen voor de voorkant, maar had geen rood achterlicht en voelde me onveilig voor de auto's die me van achteren zouden passeren. De duisternis kwam snel. Veel sneller dan ik gedacht had. Ik vloekte in mezelf, omdat ik eigenlijk helemaal niet gecheckt had hoe laat het donker zou worden. Wat stom van mezelf! Ik was er zo van overtuigd om voor het donker weer thuis te zijn. En dat was niet de enige stommiteit. Ik had geen water meer. Zonder een beetje verstandig te rantsoeneren had ik bijna al m'n water al opgedronken met nog 40 kilometer te gaan! Ik vroeg mij af of ik het ooit zou leren om met voldoende voorbereidingen aan een dergelijk avontuur te beginnen.
| |
| de lange eenzame weg door de woestijn
klik op het plaatje om de foto te bekijken
| |
|
Gelukkig was de kwaliteit van het wegdek erg goed en waren er geen stenen op de weg, daarom ging het rijden in het donker probleemloos. Er kwamen sterren aan de hemel. Ik bleef af en toe aantekeningen maken om het langsprofiel te kunnen tekenen (zie boven) en haalde dan het licht even uit de houder om op de fietscomputer te kijken en aantekeningen te maken. Het klimmen werd steeds moeilijker en ik werd moe en kreeg dorst. Iedere keer als ik weer een klein slokje van het overgebleven water nam, werd ik weer kwaad op mezelf dat ik alles beter had moeten plannen. De enkele auto's die van achter kwamen, maakten me nerveus. Gezien de omstandigheden verliep de tocht verder toch goed en dat kwam vooral omdat de wind helemaal was gaan liggen. In de absolute duisternis kon ik heel weinig herkenningspunten vinden. De fietscomputer was mijn enige leidraad en hoe dichter ik bij Lüderitz kwam, des te zekerder werd ik dat ik er een goed eind aan zou breien. Op een heuvel, 17 kilometer voor het eind stopte ik. Dit was een belangrijke mijlpaal, want tot deze plek rijd ik normaal gesproken iedere dag m'n oefentochtje 's morgens vroeg. Een gevoel van overwinning welde op, maar ik moest niet te vroeg juichen, want ik had nog meer dan een half uur te gaan. Ook kwam er nog een ander obstakel: de zandduinen op de weg. Ik wist precies wanneer ik die kon verwachten en was voorbereid toen ze in het schijnsel van het licht opdoemden. Het witte zand was heel goed zichtbaar op het donkere asfalt en de meeste duintjes kon ik omheen rijden. Toen, vanaf de laatste heuvel, verschenen de lichtjes van Lüderitz en kwam het einde in zicht. Even later, zittend in een makkelijke stoel met een fles water in m'n hand, kon ik terugkijken op een prachtige ervaring.
| |